Turkse Tortellini

Denk je aan pasta, ja, geef het maar toe, dan denk je aan Italië. En dat komt allemaal door Marco Polo. Hij bracht immers uit China pasta naar Italië mee. Toch?
Niet dus. Want signore Polo ging pas tegen het einde van de dertiende eeuw op reis, terwijl de Italianen al in de twaalfde eeuw aan hun bordje pasta zaten. Sommige geschiedschrijvers betwijfelen zelfs of hij überhaupt wel tot in Azië is gekomen. Waar of niet waar, de Italiaanse keuken is hoe dan ook wel beroemd om z’n pasta. Van spaghetti tot lasagne. Van ravioli tot tortellini, met de hand geboetseerde kleine deegkussentjes. Maar stop, ho, wacht eens even. Ook de Turkse keuken kent tortellini, al staan ze daar op het menu als manti. En sterker nog: het recept schijnt ooit door rondtrekkende Tartaren meegenomen te zijn uit… jaja, inderdaad, China. De naam komt zelfs uit het Chinees: man-tu. En dat zou letterlijk zoiets als ‘Tartaars pasteitje’ betekenen.
Het deeg voor die pasteitjes kneed je bij voorkeur met de hand en snijd je in kleine vierkantjes of rondjes. Die vierkantjes of rondjes vul je met lichtgekruid lamsgehakt en kook je in gezouten water. Manti bestaan in verschillende soorten en maten. Het allerlekkerst zijn de allerkleinste, want die zijn het moeilijkst te maken. Je serveert ze meestal met tomatensaus, wat pittige olie of chilivlokken. Plus, niet te vergeten, een knoflokige yoghurtsaus. En kijk, daar hebben die Italianen lekker niet van terug!
